Spelend leren, resultaat verzekerd

Als kleuters spelend leren, zijn resultaten verzekerd, en dat heeft de volle instemming van de onderwijsinspectie.

‘Het moet niet gekker worden!’ is de kreet van veel leerkrachten en ouders over de terreur van de Cito-toetsen, waar ook kleuters aan worden onderworpen. Toch vroeg de inspectie maar twee Cito-toetsen in de hele kleuterperiode. Op dit moment zijn de kleutertoetsen helemaal niet meer verplicht, mits je kunt aantonen op welk niveau de kinderen functioneren. Door deze toetsen kunnen scholen met elkaar vergeleken worden. Het Cito erkent overigens dat kleutertoetsen vaak slechts een momentopname zijn, maar dat er op dit moment geen beter middel voor is. Gelukkig is het nooit zo geweest dat de ambitie om de Cito-scores steeds hoger te krijgen, ook voor kleutertoetsen gold.

Observaties

Een leerkracht is prima in staat deze toetsen aan te bieden als een klassikaal spelletje ‘schooltje spelen’. Kleuters vinden het voor een keer best interessant om een groep 3-werkje te maken. Neem deze toetsen niet serieuzer dan nodig is. Oefenen voor de toets is zonde van de tijd; laat de kinderen spelen. Daar leren ze veel meer van. De inspectie adviseert het doelgerichte aanbod aan kleuters niet te baseren op de uitslagen van deze toetsen. Het is veel betrouwbaarder uit te gaan van systematische observaties. Daar zijn uitstekende systemen voor. Dit observeren kan gebeuren tijdens het gewone spel met blokken of aan de zandtafel. De toetsen bevestigen dan wat een leerkracht al lang wist, of helpen bij de analyse als de uitslag afwijkend is.

Leerdoelen

De inspectie vraagt dat de leerkracht van elk kind aantoont welke doelen passen bij zijn of haar ontwikkelingsniveau, dus een beredeneerd gedifferentieerd aanbod. Niet alle kleuters hoeven immers op hetzelfde niveau door te stromen naar groep 3. Niemand eist van kleuters dat ze eind groep 2 vijftien letters kennen als ze daar in hun ontwikkeling nog niet aan toe zijn. Dit is een vaak gehoorde misvatting! Maar kleuters die verder zijn in hun ontwikkeling, kennen er misschien wel meer. Dus geen programmagericht onderwijs, maar onderwijs dat aansluit bij de ontwikkeling en de belevingswereld van de kleuters. Daag kleuters uit om te experimenteren en te spelen en laat ze lezen, schrijven en rekenen in betekenisvolle situaties. Zo krijgen ze veel meer kansen om de leerdoelen te oefenen dan door het toetsen op papier.

Flexibel

Een kleuter die in de bakkerij verschillende soorten koekjes sorteert per bakblik, een ons chocola afweegt, zakjes met 8 broodjes vult voor twee euro, reclame maakt, afrekent, en hierbij de ‘grote mensentaal’ gebruikt, leert veel meer en dieper dan een kleuter die een werkblad maakt waarop hij een streepje zet onder een zakje met acht koekjes. Daar komt nog bij dat de kinderen in dit rollenspel veel kansen krijgen om te leren plannen en organiseren, zichzelf te controleren, flexibel te zijn, zich in te leven in anderen, hun emoties te reguleren, en zo hun executieve functies te oefenen.

Oproep

Kortom: ik roep alle onderbouwleerkrachten op om de kleuters te laten spelen! Maar niet vrijblijvend. Met goede spelbegeleiding zijn de resultaten verzekerd. En als je dit aantoont (dus op papier), heeft het de volle instemming van de inspectie. Dit vraagt om mondige leerkrachten, die hun directie uitleggen dat je kleuters tekortdoet als je denkt dat ze leren door te oefenen voor een toets. Laat zien dat het spelen van kinderen leren is! Dat verhoogt het werkplezier en dan hoeft niemand zich meer druk te maken om die paar toetsen. Het moet niet gekker worden met die Cito-toetsen? Nee! Laat je niet gek maken!

Hogeschool Viaa

Truus Visser

Docent en onderwijsadviseur voor de onderbouw
Hogeschool Viaa
Zwolle